Oerend hard…

Onze tweede week vakantie is voorbij gevlogen. Natuurlijk hebben we weer leuke dingen gedaan, zoals een dagje Texel. ’s Ochtends om half negen zaten we in de auto richting Den Helder. We hadden bedacht dat we de boot van half elf wilden halen, zodat wij om elf uur onze besproken vervoersmiddellen konden ophalen. We waren van plan om de auto op het parkeerterrein bij de boot te parkeren, helaas hadden we dan denk ik om half negen al daar moeten zijn. We moesten onze auto een stuk verderop parkeren, waardoor we nu toch nog even in beweging moesten komen. Als voetgangers betraden we op tijd ons cruiseschip, en voeren om klokslag half elf de haven uit van Den Helder.

Nadat we ons door een doolhof van gangetjes en trapjes hadden geworsteld, vonden wij nog een vrije plek op het buitendek om te genieten van de boottocht. Voor we bijna bij Texel aan zouden meren, werd er omgeroepen naar welke kant de fietsers toe moesten om een zo soepel mogelijk verloop te hebben bij het verlaten van het schip. Ik wachtte nog even of ze ook iets zouden melden voor de voetgangers maar dat bleef uit. Voor we het in de gaten hadden meerden we aan op Texel. Toen pas stonden wij op om richting de uitgang te lopen. Dat was nog een hele speurtocht door al die gangetjes en trapjes, en we hebben echt moeten zoeken waar nu toch die verdomde uitgang was. Er was ondertussen geen mens meer te zien in dat doolhof, en ik was manlief ook nog even kwijt. Lichtelijk in paniek vonden wij net op tijd elkaar weer, en de uitgang, en stapten wij als laatste de T(d)exelse kade op. We liepen over de geasfalteerde loopplank de boot af. Vlakbij zie ik een vrouw staan, met een fiets aan haar hand. Ik kijk naar haar, loop een stukje dichter naar haar toe om nog eens goed te kijken, en tik manlief aan, met de vraag of hij haar herkent. Hij weet echt niet wie dat is, en dat is ook niet zo gek, want ik weet dat ik haar ken van voor zijn tijd. De vrouw voelt dat er iemand uitgebreid naar haar staat te loeren, en kijkt ook mijn kant op. En dan blèren we beiden in koor uit. Hey Mir, wat doe jij hier? Was het inderdaad diegene waarvan ik dacht dat het was, mijn naamgenoot en een voormalig collega waar ik ruim tien jaar mee gewerkt had, en die ik al tien jaar niet meer had gezien, behalve dan op Facebook. Het bleek dat zij daar op vakantie was, en samen met haar man een stuk aan het fietsen was. Ik stelde manlief aan haar voor, want zij konden elkaar nog niet. Haar man kwam er ook bij staan, en we kletsten nog wat. We waren beide nog te verrast om de goede vragen aan elkaar te stellen, maar hadden wel de tegenwoordigheid van geest om een foto van ons twee te maken om op facebook te zetten. Vervolgens stapten zij en haar man weer op de fiets, en konden wij onze weg vervolgen naar de verhuur om ons vervoermiddel te halen. Als je ons kent weet je dat wij uiteraard niet zouden gaan fietsen op het altijd winderige Texel. Nadat we netjes de huur en een borg hadden betaald werden ze tevoorschijn gehaald, twee mooie glimmende zwarte scooters. Waarschijnlijk een ergernis van de vele fietsers op het eiland, maar voor ons het allerleukste vervoermiddel op het winderige Texel.

Voor mij en manlief was het respectievelijk veertig en dertig jaar geleden dat onze achterwerken een brommerzadel hadden aangeraakt, dus kregen we een korte uitleg over het zwarte gevaarte en hoe het tegenwoordig allemaal werkt.

We startten beiden de scooter, voor een proefrondje op het terrein bij de verhuur. Nadat we het gevoel een beetje te pakken hadden, gingen we op weg. Manlief stoof direct weg, bij mij begon het wat wankeler, ik moest echt even wennen aan mijn razende gevaarte. Ik probeerde manlief bij te houden, maar had het gevoel dat zijn scooter ietsje sneller ging. Hij nam wat gas terug, en liet mij het tempo bepalen, want hoe hard ik het ook probeerde, mijn scooter ging niet harder dan vierendertig kilometer per uur. Manlief kon zijn gas openkrijgen tot zevenendertig kilometer. Stoer tufte ik voor hem uit en dacht dat ik mijn racemonster wel onder de knie had. We naderden een scherpe bocht, en ineens wist ik ff niet meer wat ik moest doen om die bocht goed te nemen. Ik vergat te remmen en gaf ook nog een beetje gas bij, en in een veel te hoog tempo en een te ruime bocht reed ik rechtstreeks het gras in naast het fietspad.

Precies op het goeie moment had ik in de gaten dat ik moest remmen, en mijn gas moest loslaten en kwam ik tot stilstand net voor een slootje. Ik stond nog overeind met mijn scooter, en kon het fietspad weer oprijden, de graspollen nog hangend aan mijn standaard. Manlief kwam lachend naast mij rijden op een stuk waar dat kon, en vertelde schuddend van de lach hoe komisch het voorval eruit had gezien. Een kwartiertje later bereikten we het eerste dorpje, en waren we ook wel toe aan een lekker bakkie koffie. Met gemak zette manlief zijn scooter op de standaard. Het leek makkelijk maar ik moest zoveel kracht zetten dat hierdoor mijn uitlaat in werking trad en er spontaan een windje zijn uittrede deed. Gelukkig stond mijn scooter ook op zijn standaard. We dronken onze koffie op, sloegen het tweede bakkie over, want we vonden dat scootteren zo leuk dat we dat de hele dag zoveel mogelijk wilden doen. Manlief bleef even bij mijn scooter staan, omdat ik vergeten was hoe ik dat ding aan de praat moest krijgen. We reden zo blij als twee pubers door enkele dorpjes heen, en waren van plan om naar de vuurtoren te rijden. Doordat er, zelfs op Texel, enkele wegen waren afgesloten reden we nog wel eens verkeerd en stonden we op een gegeven moment zelfs aan het einde van een doodlopende weg. Omdat er daar geen levend wezen te zien was, vond ik het wel het goede moment om me even om te kleden. Ik probeerde mijn scooter weer op zijn standaard te zetten, en wederom werd het kracht zetten gevolgd door een pufje. Het leek me nu toch wel verstandig dat manlief in het vervolg ook mijn scooter op de standaard zou gaan zetten voor mijn uitlaat echt zou gaan knetteren.

Nog steeds was er hier op deze plek, hoe toepasselijk, geen schaap te zien, dus ik kleedde me om in een korte broek en een hemdje. Zo kon ik tijdens het rijden ook nog een beetje bijkleuren. Manlief zette een petje op, om zo zijn rode stekeltjes hoofd te beschermen tegen de zon. Omdat we wel weer lang genoeg hadden stilgestaan, sprong manlief weer op zijn scooter, nadat hij mij wederom weer had verteld hoe ik mijn scooter moest starten. We reden de doodlopende weg weer terug, en waren blij dat we niet op de fiets zaten. Je zou dat hele eind toch terug moeten fietsen. Om een lange rit kort te maken, we reden van het ene dorpje naar het andere, en zagen onderweg in de verte ook nog de vuurtoren, en kwamen er maar niet uit welke weg we moesten nemen om er dichtbij te komen. We hadden ook best wel heel lang met onze gezegende achterwerken op het zadel gezeten, en begonnen dat ook wel te voelen. We waren dicht bij de Koog, en omdat daar een leuke markt zou zijn, besloten we daar naartoe te rijden om ook een happie te gaan eten. Het zag er gezellig uit in De Koog en manlief parkeerden onze beider scooter. We liepen een gezellig straatje in met diverse terrassen. Tenminste, heel divers was het niet, er waren toch wel heel veel pizza tentjes. We hadden meer trek in een broodje dus liepen we nog even door tot we een leuk terrasje zagen waar we wel wilden gaan zitten. En wat denk je, zit Mir, mijn voormalig collega op hetzelfde terras met haar man, met een vers getapt Texels Schuumkupke in de hand. We zijn er gezellig bij gaan zitten, en bestelden wat te eten en nu kwamen wel de vragen en verhalen los over hoe het ons beiden de afgelopen tien jaar is vergaan. Ook kwamen er uiteraard verhalen los over de vreselijke lol die wij toen hadden. Mir was niet alleen mijn naamgenoot, maar had net als ik dezelfde ondeugende streken en humor. We vonden het echt heel bijzonder dat we elkaar deze dag zelfs twee keer tegen zijn gekomen. Mir en Nol, jullie zijn schatten!

Voor we het wisten was het vier uur, en gingen we deze keer een stuk wijzer van elkaars doen en laten weer ieder onze eigen kant op. Manlief en ik hadden ook echt weer zin om op onze scooter te springen en het eiland nog verder te bekijken. Het viel ons wel op dat er op het eiland wel heel veel stukken land net bemest waren, waarschijnlijk vanwege de voorspelde regen. Wat een lucht!

We passeerden vele fietsers en hadden best wel medelijden met al die fietsers die zich de longen uit hun lijf moesten trappen, tegen de wind in. Ik snap echt niet wat er nou zo lollig is aan fietsen op Texel. Het eiland is namelijk ook heel mooi als je op een scooter zit die het zware werk voor je doet. We zagen onderweg een meisje van een jaar of acht. Zij had haar fiets aan de kant geflikkerd en liep een stukje verderop stampvoetend en niet meer omkijkend naar haar wanhopige moeder die te horen kreeg dat dochterlief echt niet meer verder ging fietsen. Zeker dat lange stuk terug richting veerhaven kwamen we veel uitgeputte fietsers tegen die op tijd de boot wilden halen. Ook een uitgeputte vader, hard trappend en zijn hand in de rug van zijn zoontje die de kracht niet meer had om zelf te trappen. Hartverscheurend vond ik het wel en wat waren wij blij met onze razende monsters. We hadden volgens mij meer gezien van het eiland dan de meeste fietsers kunnen zien in één dag, ik kan me niet voorstellen dat iemand in één dag het hele eiland kan rondfietsen. We zagen en roken vooral, vele boerenerven met kuddes schapen. Aan het einde van de dag ontdekte ik door toedoen van manlief dat er een toeter op de scooter zat. Dat was uiteraard zeer leuk speelgoed voor mij, maar des te irritanter voor de moedige fietsers. Als ik maar dacht dat een fietser niet aan de kant ging voor ons, manlief reed toen voorop, gaf ik een lel op die toeter. Mensen keken dan geïrriteerd manlief aan, gingen wel opzij, en ik kon dan ook direct erlangs scheuren met mijn trouwe bolide. De pubers in manlief en mij waren weer helemaal op niveau op die racemonsters. We voelden ons weer zestien op het moment dat we met een big smile van oor tot oor onze goddelijke achterwerken op het zadel lieten neerdalen, gelukkig wel met de wijsheid van nu. Uiteindelijk bereikten we met de mestlucht nog in onze kleding het verhuurbedrijf. We namen afscheid van onze scooters, met de belofte dat we vanaf nu ieder jaar wel ergens een scooter willen huren. Ik ben er nu eindelijk achter dat ik wel van een doevakantie hou, mits het gemotoriseerd is uiteraard.

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe blogs, kun je mijn facebookpagina liken, of je abonneren op mijn blog met je emailadres bovenaan deze pagina.